Geschreven door : Wouter Porteman - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Zwartkijken

Zwartkijken

De terugkeer van de vrolijke pessimist

Lachen. Lachen! La-chen!! Bij Dupuis moest André Franquin altijd leuk zijn. Hij was de grappenmaker. Hij was de verpersoonlijking van de Dupuis-humor. Vanzelfsprekend was dit voor de Brusselaar niet altijd. Je kent ongetwijfeld nog de geweldige folterscène uit QRN op Breztelburg waar dokter Kilikil met een piepend krijtje op een schoolbord schrijft. Franquin vond die pagina zalig om te tekenen, maar het leverde hem wel vermanende reacties op van het huis en brieven van lezers die er rillingen van kregen. Alles moest vrolijk en blij zijn, weet je wel. En zo gingen de jaren voorbij voor de grootmeester van de negende kunst. Tot Yvan Delporte en hij in 1977 de kans schoon zagen om het weekblad Spirou van binnenuit te vernieuwen met de acht pagina's tellende bijlage Le Trombone Illustré. Eindelijk kon Franquin zijn ei kwijt. En speciaal hiervoor schiep god Zwartkijken. Na het stopzetten van de rebelse bijlage werd zijn kindje in 1983 hernomen en verdergezet in Fluide Glacial.

André Franquin leefde zich helemaal uit in zijn zwarte ideeën. Wekelijks rekende de vreedzame ecologist af met zijn grootste ergernissen zoals het leger, de kerk en de jacht zonder dat hij op zijn vingers werd getikt. De tekenaar ging voluit voor de gemene, vette lach. En hoe! De ene na de andere klassieker leverde hij af. Vrienden zoals Marcel Gotlib, Jean Roba, Delporte en Luce Degotte, de echtgenote van Charles Degotte (De Flagada, De Brozems) spuiden volop ideeën. Samen verhieven ze het sadistisch sterven tot kunst. Veertig jaar na datum blijven de gags nog opvallend fris, maar vandaag vallen voor ons vooral de tekeningen enorm op. Franquin wou met Zwartkijken een eenvoudige, zwarte silhouettenstrip tekenen. Maar soms wisselde hij af en was de achtergrond zwart en spaarde hij de figuren wit uit. Omdat egaal zwarte achtergronden maar saai zijn, en ook omdat het voor de depressieve Franquin een therapeutische werking had, tekende hij met zijn rotringpen duizenden lijntjes. Lijntje tegen lijntje plaatste hij tegen elkaar, pagina's lang. En ja, soms was er eens een kwart millimeter witruimte tussen de zwarte strepen. Hierdoor kregen de tekening een ongelofelijke diepte en levendigheid in de schijnbaar zwarte vlakken. Tel daarbij Franquins gekende zwierigheid en je hebt een strip die grafisch ongeëvenaard blijft.

Elke vijf jaar lijkt er een nieuwe editie van Zwartkijken op de markt te komen. Elke keer een mooier en mooier hebbeding, ook nu weer. Toch is dit niet de ultieme versie. Daarvoor had men — alle Batavierenhutten nog aan toe — de hoognederlandse vertaling wel eens mogen oppoetsen. "Donder op zooitje tuig", zegt zelfs het grootste tuig van de richel niet meer. Ook hadden we graag eens die enkele Zwartkijken-gags gezien die Dany, René Hausman en Didgé hebben getekend. Maar we gaan niet zwartkijken, deze uitgave met mooi interviewdossier is een dikke voltreffer die in elke stripverzameling thuishoort. Zwartkijken zag er nog nooit zo fris uit.