Geschreven door : Persbericht Ballon Media - Categorieën : In de pers

Stripwereld neemt afscheid van Didier Comès

Stripwereld neemt afscheid van Didier Comès

Woensdag 6 maart 2013 was een trieste dag voor de stripliefhebber. Met pijn in het hart moest de stripwereld afscheid nemen van Didier Comès. Hij werd 71 jaar.

Zijn levenswerk en zijn bijdrage aan de geschiedenis van het stripverhaal werden onlangs nog gelauwerd tijdens twee belangrijke retrospectieve tentoonstellingen in Luik (A l’ombre du Silence) en in Angoulême in het kader van het 40ste Internationaal Stripfestival.

Didier Comès werd geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij zag het levenslicht in Sourbrodt, een Duitstalig dorpje in zuidoost België. Comès leerde er de tekenaars uit de streek kennen: Hausman, Deliège, Macherot… Om er maar een paar te noemen.

Comès, die in eerste instantie als industrieel tekenaar aan de slag ging, was een gepassioneerd strip- en muziekliefhebber. Hij werd al vlug semiprofessioneel jazzpercussionist en zette in 1969 bij “Soir Jeunesse” zijn eerste stappen in de wereld van het stripverhaal. Daarna volgden de Belgische uitgave van “Pilote” en het weekblad “le journal de Spirou” dat de korte verhalen publiceerde die hij samen met Paul Deliège uit zijn pen toverde.

In 1973 verscheen zijn eerste album in kleur. De levende god is een avontuur van Ergün de dolende. In 1976-77 publiceerde het weekblad “Kuifje” De schaduw van de raaf, een verhaal dat al een blik gunde op de toekomstige leefwereld van de auteur. Humor en karikaturale trekken werden achterwege gelaten. Comès bracht deze keer een fictief verhaal met als protagonist een Duitse soldaat in de loopgraven van 1914-18.

Vanaf 1979 verscheen zijn werk in het tijdschrift “A Suivre”. De dorpsgek van Schoonvergeten werd zijn grootste succes. Dit boek zou hem de erkenning opleveren van zowel de critici als van het grote publiek. Het werd een verhaal in zwart-wit in de lijn van Milton Caniff en met een knipoog naar zijn vriend Hugo Pratt.

Daarna volgden De Wezel (1981-82), Eva (1985), Amber (1988), Iris (1991), Het huis waar de bomen dromen (1994), De tranen van de tijger (2000) en De laatste (2006), waarmee Comès terugkeert naar een thema dat hem na aan het hart ligt: de Tweede Wereldoorlog. Met zijn werk, voornamelijk in zwart-wit, en door de thema’s die fictie, paganisme en filosofie met elkaar verweven, veroverde Comès een plaats tussen de belangrijkste naoorlogse Belgische striptekenaars.