Geschreven door : Flo Van Dijck - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Stripgids - 7: Nummer 7 - juni 2020

Stripgids - 7: Nummer 7 - juni 2020

Vinger op de wonde

Wanneer je lang genoeg naar de superieure cover van Dave McKean hebt gestaard en uitgekeken bent op het wonderbaarlijk editoriaal van Dieter Van der Ougstraete, slaan die van Stripgids je met een exclusief interview met de roemruchte Alan Moore om de oren. Die windt er geen doekjes om: voortaan reserveert hij zijn ideeën liever voor andere media dan strips. Z'n ganse carrière hoopte deze pionier dat de strip mede door zijn toedoen volwassen zou worden, "maar comics overstijgen tegenwoordig met moeite de gemiddelde emotionele leeftijd van een tiener". Acht pagina's krijgt Moore om ongezouten de waarheid te zeggen en wanneer hij besluit dat overgave de grootste garantie biedt op het werkelijkheid worden van de catastrofes waarvoor we vrezen, zijn we gewaarschuwd. Het erop volgend artikel over de rol die superheldencomics bij de Amerikaanse verkiezingen spelen, houdt ons bij de les. Maar de Paul-reeks van de Frans-Canadese auteur Michel Rabagliati laat zien dat ook het normale leven boeiende stripverhalen kan opleveren. Stripgids legt dit fenomeen onder de loep.

We zijn nog maar op pagina 29 en al duchtig onder de indruk. Onderweg mocht woordkunstenares Hind Eljadid over haar stripcollectie vertellen, kregen we een sneakpreview van Assholes, de baldadige graphic novel van de Belgische tekenaar Bram Algoed en de Amerikaanse scenarist Micah Stahl en legt Steven de Rie in een strip uit hoe je een convenabel stripfiguurtje ontwerpt. Kostelijk en er liggen nog honderd pagina's lectuur voor ons.

Klinkt het allemaal wat te highbrow en pretentieus naar je smaak? Dan moet je gauw op pagina 30 kijken. In een serieus onderbouwd artikel gaat het over Piet Pienter en Bert Bibber, "verre van volmaakt, maar eigenzinnig en zot, en daardoor ook na bijna driekwart eeuw nog altijd genietbaar en verrassend". Misschien geldt dat laatste ook voor het poëtische Philemon van de Franse auteur Fred. Ook daar buigt Stripgids zich over. Zoals Jean Paul Van Bendegem zich wat verder wijdlopig over experimenteren in de strip buigt.

Wacht even, Van Bendegem, is dat niet die Belgische filosoof en wiskundige die regelmatig in de media opduikt? Inderdaad, het illustreert de toewijding en zorg waarmee dit blad wordt gemaakt. Nathalie Carpentier, Nicolas de Crécy, Pascal Lefèvre, Gert Meesters, Liza Noteris en Stefan Nieuwenhuis zijn enkele van de namen die aan dit nummer meewerkten, het resultaat is kwalitatief hoogstaand en afwisselend. Dat kan ook gezegd worden van het katern dat scenarist/tekenaar en guest curator Marc Legendre mocht vullen.

Niet met een laudatio van het eigen merk, maar met een gevarieerde kijk van bekend en minder bekend volk, zoals Stefan Brijs, Rik Van Puymbroeck, Noël Slangen, Geert De Weyer, Steven Dupré, Biebel, Charel Cambré en onze eigen Wim De Troyer op het fenomeen "eilanden" (en ja, er is terdege een link naar Legendres werk).

Er bestaan een aantal opmerkelijke vooroordelen over bladen zoals Stripgids. Zelfs mensen die het nooit lazen, hebben er een mening over, foetert Biebel in het stripje dat Legendre voor zijn katern maakte. Daarmee legt hij de vinger op de wonde. Dat Stripgids een pedante uitgave voor een hoogmoedige niche zou zijn, gemaakt door een elitaire club ijdele subsidievreters, is niet enkel van de pot gerukt, daarbij getuigt het van een akelige onwil om de waarheid onder ogen te zien.

Stripgids is onderhoudend, verhelderend, boeiend, belangrijk en verdomd goed gemaakt. De Volkskrant noemde het met recht "het mooiste stripblad van Europa", ook inhoudelijk verdient het onder de pluimen bedolven te worden.