Geschreven door : Mario Stabel - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Ik kom van ver, maar blijf niet lang

Ik kom van ver, maar blijf niet lang

Smalltown boys

Gus Jenssen verzeilt na heel wat jaren opnieuw in zijn geboortedorp, een plek waarvan hij gehoopt had er nooit meer terug te moeten keren. Zijn muziekcarrière zit in het slop, zijn relatie is op de klippen gelopen en dan blijkt die heimatklei toch dieper in zijn DNA verankerd te zitten dan hij zelf gedacht had. Veel lijkt er na al die jaren niet veranderd te zijn in het naamloze plaatsje (de auteurs kiezen er bewust voor om de setting universeel te houden). De lokale tieners weifelen tussen repetitiekot, skatepark en hun eerst liefjes en lijken steevast net de verkeerde keuze te maken. De buitenbeentjes van dienst gaan op zoek naar zichzelf, maar de queeste lijkt belangrijker dan de harde realiteit die ze moedeloos proberen te ontlopen. Hun zelfgecreëerde weltschmerz deed ons weer met de nodige melancholie terugdenken aan onze eigen nihilistische tienerjaren, toen we ook nog slogans als "No Future" op onze schoolbank kalkten, karrenvrachten Biactol verbruikten en wars van enige zelfreflectie tegen de maatschappij bleven botsen (spoiler alert: met die toekomst bleek het uiteindelijk al bij al nogal mee te vallen, met de acne iets minder).

Co-scenarist Enzo Smits en tekenaar Ward Zwart breien met deze Ik Kom van Ver maar Blijf niet Lang zo een smaakvol vervolg aan hun Wolven uit 2016, waar de korte verhalen min of meer in hetzelfde sfeertje baadden. Net zoals bij Erwin Mortier de plot ondergeschikt is aan zijn stilistisch meesterschap, lees je een album van dit duo ook eerder omwille van de broeierige sfeerschepping van Smits en de typische potlood- en houtskooltekeningen van de talentvolle Zwart (die al publiceerde in De Morgen en De Standaard, maar ook werkte voor The New York Times én HBO). Tekstuele en visuele stiltes zijn een belangrijk onderdeel van het verhaal en lijken wel een metafoor voor de twijfelende psyche van elke hunkerende puber.

Daarnaast kan een strip die in de openingsscène al refereert naar het demonische Death Valley ’69 van Sonic Youth allesbehalve slecht zijn. Het gehijg van bassiste Kim Gordon en guest member Lydia Lunch ("Hit it! Hit it!") zuigt je meedogenloos het verhaal in. Ook in de rest van het album passeren er nog heel wat helden uit het alternatieve eightiescircuit achteloos de revue en zo werden we uitgenodigd om onze platen van Hüsker DüChristian Death en Alien Sex Fiend nog eens van de zolder te halen. Beide auteurs vonden elkaar al van jongsaf in het underground muziekwereldje en die no-nonsense punkattitude weerspiegelt zich ook in het scenario en de tekeningen. Een strip als deze is dan ook geen allemansvriend, eerder het equivalent van de zatte nonkel die na verschillende AA-sessies als een verloren zoon terug in de armen gesloten wordt.

Jammer genoeg moeten we dit album ook lezen als de zwanenzang van tekenaar Ward Zwart die in oktober is overleden. "It's better to burn out, than to fade away", falsettode Neil Young ooit. Maar daar zijn wij het al lang niet meer mee eens...