Geschreven door : Koen Driessens - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Guust - Best of - 1: Het milieu volgens Flater

Guust - Best of - 1: Het milieu volgens Flater

Groene Guust

"Als je nadenkt over onze wereld, is die helemaal niet grappig. (...) Ik vlucht in de lach, maar ik vind dat de wereld waarop men ons heeft gezet een vreselijke zaak is." (André Franquin in 1979). Al sympathiseerde hij met Greenpeace of liet hij een tekening veilen voor de slachtoffers van het stortschandaal van Mellery, André Franquin engageerde zich zelden openlijk en zeker niet politiek als milieu-activist. Echter des te meer indirect in zijn strips: van de weelderige exotische jungles bij Robbedoes tot de cynische misantropische nachtmerries van de moderne wereld in Zwartkijken. Daartussen lummelt Guust Flater, een kantoorhulpje met een groot hart voor fauna en flora. De dierentuin die hij ten kantore Dupuis heeft binnengehaald! De hartkloppingen die hij agent Vondelaar bezorgde door zijn parkeermeters te gebruiken voor klimplanten en vogelnestjes! Zijn minigrasmaaimachine om de bloempjes in het gazon te sparen! Zijn epische inspanningen voor babyschildpadjes, walvissen en zijn meeuw! Guust is duidelijk zo groen als zijn sweater.

Maar is dat wel zo? Met zijn rijdende vergassingsinstallatie, de fameuze Fiat 509, en zijn torenhoge stroom-, water- en gasverbruik om op kantoor het leven te veraangenamen van vooral zichzelf heeft Guust Flater in zijn eentje een ecologische voetafdruk van een half land.
In een poging het met Franquins dood al bijna een kwarteeuw afgesloten Guust-œuvre levend te houden, worden al enige tijd albums met thematisch herschikte gags uitgebracht. Het interessante ervan is dat ze evoluties in de reeks weergeven. Ook door een aantal ecologische gags bij elkaar te zetten, gelardeerd met wat ecologische weetjes, merk je de ontwikkeling van Guusts milieubewustzijn. Ja, hij stookt de kantoorverwarming op tot Sahara-temperaturen om brood te kunnen roosteren met zijn radiator of hij hangt een aquariumbuizennetwerk voor zijn goudvis. En zijn duurzame uitvindingen zijn niet meteen ecologisch geïnspireerd: het is de tocht die hem alle deuren, behalve één op kantoor, automatisch doet sluiten (niet warmteverspilling), het is om fruitsapjes te kunnen laten persen dat hij met de deuren energie opwekt. Zijn champignons in de doka of logies in een strandcabine zijn vooral uit zuinigheid ingegeven. En als hij werkelijk een nuttige bijdrage levert — een stroom opwekkende trapnaaimachine bij een black-out — is hij er zelf de pineut van, want dat is het moment dat hij zijn achterstallige post moet wegwerken, vinden de collega's. Als zijn meeuw depri wordt van een olieramp op tv, zucht Guust hem fatalistisch toe: "Wat wil je? Vandaag werkt haast alles op benzine." Erg klimaatactivistisch is dit alles dus niet.

En toch voelt Guust goed aan dat hij fout bezig is en wil hij zelf bijsturen. Weliswaar met rampzalige gevolgen als hij een antirookinstallatie of uitlaatgassenballon op zijn Fiat installeert. "Hij zou windenergie willen gebruiken door een windmolen op het dak van zijn wagen te monteren... Het vervelende is dat hij vreselijk snel zou moeten rijden om de windmolen te laten werken, waardoor hij massa's brandstof moet verbruiken." (Franquin in 1980). Ook is Guust zijn tijd duurzaam vooruit: hij rijdt met een bakfiets (terwijl de meegevoerde Kwabbernoot zich erom schaamt), hij gebruikt een zelfontworpen vouwfiets (met hilarische consequenties). Maakte hij aanvankelijk van zijn bureau een kolenkachel, later droomt hij met juffrouw Jannie van reddingsacties voor walvissen en vindt hij een motor uit aangedreven op reclamedrukwerk, verkiezingsfolders en rekeningen. Hij krijgt zelfs Vondelaar zover de parkeermetergebruikers te dwingen te betalen in vogelvoer. Er is dus nog hoop voor deze wereld.