Geschreven door : Diederik Van De Velde - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Go West Young Man

Go West Young Man

Raamvertelling met een mooi uitzicht

Hoe je het ook draait of keert, in welk tijdsgewricht dan ook, The Far West is een ruige regio die haar bezoekers lange tijd naar het leven heeft gestaan. Een teveel aan rijkdom kan je leven kosten, een tekort ook. Te veel branie is het lot uitdagen, maar zonder een beetje lef houd je het er geen dag vol. Niet opvallen, niet in de kijker lopen, is misschien nog het beste advies. Je dromen bescheiden houden en ze enkel in stilte najagen en wie weet is je dan wat extra tijd in The Far West gegund. Een beetje maar, want de tand des tijds neemt uiteindelijk iedereen genadeloos tussen de kiezen. Tijd is het enige dat steeds van de een naar de ander overgaat, als een soort alternatieve voedselketen, in het Wilde Westen gewoon nog wat sneller dan elders.

In deze raamvertelling van Tiburce Oger, die hij samen met Hervé Richez schreef, mag je dat best letterlijk nemen. Het duo creëerde een verhaal waarin het zakhorloge van de Britse officier Trenton van hand tot hand gaat, dwars doorheen enkele vormende fases van de vroege Amerikaanse geschiedenis. Kort gezegd leveren Oger en Richez twee knalprestaties af. Ten eerste heeft ieder kort verhaal zijn eigen sfeer, maar toch is er voldoende over gewaakt dat ook de sfeer van het grotere plaatje overeind blijft. Op voorwaarde dat je jezelf enkele korte verhalen de tijd geeft om gewoon te raken aan de vertelstructuur zal je merken dat de onderlinge samenhang tussen de verhalen de individuele vertelsels flink versterkt. Daar waar er openingen vallen tussen de korte verhalen vullen kundig geschreven korte tekstjes de ontstane gaten op, wat door de band genomen zorgt voor vlotte overgangen. Het verteltempo en de spanningsboog is anders bij ieder verhaal en dat houdt het geheel verrassend fris.

Een tweede krachttoer die Oger en Richez uithalen, is de samenwerking met het grafische. Niet alleen slaagden ze erin bij hun project haast iedere tekenaar te betrekken die binnen het westerngenre enige adelbrief voor te leggen heeft, bovendien koppelen ze die tekenaars ook nog eens aan de korte verhalen die hen het best lijken te liggen. Dominique Bertail, Michel Blanc-Dumont, Benjamin Blasco-Martinez, François Boucq, Steve Cuzor, Paul Gastine, Eric Hérenguel, Hugues Labiano, Enrico Marini, Ralph Meyer, Félix Meynet, Patrick Prugne, Christian Rossi, Michel Rouge, Olivier TaDuc en Ronan Toulhoat, het lijstje met betrokken tekenaars is ronduit indrukwekkend en hun prestaties des te meer. Het werk van Boucq, Blanc-Dumont, Rouge en Meyer ademt zoveel klassieke westernsfeer dat je je na enkele prenten al bladzijden ver in hun verhalen waant. Rossi’s tekenwerk knipoogt in zijn sterkste scènes naar een mix van Hermann, William Vance en Jean Giraud. Alle verschillende stijlen samen bieden een fascinerend overzicht van hoe het Wilde Westen in beeld te brengen. De al genoemde klassieke, doorgaans donkere, sfeer wordt afgewisseld door de eveneens harde, maar wat kleurrijkere tekeningen van Meynet, Hérenguel of Labiano. TaDucs tekeningen zijn even gedetailleerd en expressief als altijd. Bertails tekeningen en kleurgebruik doen wonderen voor de sfeerschepping. Het tekenwerk van Blasco-Martinez is minder rauw als bij zijn Catamount, maar zet best wel een harde toon. Toulhoats passage is heerlijk morsig en verbeeldt alweer een andere zijde van het harde westernleven. De twee stemmige scènes door Gastine verbinden begin en einde van de verhaallijn en tussendoor kan Prugne zijn hart ophalen met voor hem zo karakteristieke portretteringen van indianenstammen. Het doet ons nogmaals met verbazing vaststellen dat er van zijn werk eigenlijk relatief weinig vertaald is. En Marini tekende twee van de drie indrukwekkende covers voor de verschillende uitgaven (softcover en hardcover, de cover van de luxe is van Paul Gastine). We moesten aldus de neiging onderdrukken om dit album driemaal aan te schaffen.

Het valt op hoe iedere tekenaar zijn beste beentje heeft voorgezet. Geen van hen heeft — terecht — het risico durven lopen niet op de top van zijn kunnen te presteren in dit prestigeproject onder genretekenaars. Alsof dit project werd gepeerreviewed onder westerncollega’s, met een shoot-out voor wie z’n gebruikelijke niveau niet haalde.

Zouden westerntekenaars die niet in dit album werden opgenomen het als een gemiste kans zien, als een soort van fear of missing out? Hoe dan ook komt er een tweede, vergelijkbaar one-shot, Indians, met een focus op de native Americans, waarvoor de namen van deelnemende tekenaars voorlopig nog niet officieel gelost zijn. Als je het ons vraagt, zouden namen als Yves Swolfs, Iko, Thierry Girod of zelfs Michel Faure alvast niet misstaan in een tweede one-shot.

Raamvertellingen als deze, met zulk verzameld talent, zijn, geloof ons vrij, sowieso een aanwinst voor het momenteel al terecht hyperpopulaire genre van de western.