Geschreven door : Wouter Porteman - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Gilles de Geus - Integraal-3: De derde integrale

Gilles de Geus - Integraal-3: De derde integrale

Grensverleggende klasse

Er bestaan zo van die populaire strips die alle moeite ter wereld hebben om door te breken aan de andere kant van de grens tussen Nederland en Vlaanderen. In Nederland kent het grote publiek nauwelijks Jommeke, Piet Pienter en Bert Bibber en andere de Kiekeboes. In Vlaanderen hoort men het doorgaans in Keulen donderen bij stripreeksen als Tom Poes en Heer Bommel, Agent 327 en Eric De Noorman. Het zij zo. Ook Gilles de Geus leek lange tijd zo'n lokale cultheld te blijven. Maar deze integrale, uitgeven door Standaard Uitgeverij in het Vlaamse Matsuoka-fonds, beukt fors in op die grensmuur. De eerste bundeling werd bedolven onder positieve persaandacht en was voor veel Vlaamse striplezers een eerste kennismaking. Helaas (en ook wel wat logisch) bieden de eerste verhalen nog niet de kwaliteit die de reeks haar terechte roem en faam geeft. In de tweede integrale is het wel raak. Smeerenburg, De Batavia en vooral het geniale De Revue bewijzen moeiteloos waarom Gilles de Geus de Asterix van de Lage Landen is. Met Willem de Zwijger leverden ze hun beste werk af. En net toen de grote doorbraak wenkte, werd het stil rond Nederlands beste humorstrip. Het echte verkoopsucces bleef uit. Bovendien vond tekenaar Hanco Kolk hoogstpersoonlijk de elegante pure lijn uit met het baanbrekende Meccano. Scenarist Peter de Wit gooide zich verder op de gagstrips Sigmund en De Familie Fortuin. Het leek over en uit voor Neerlands Glorie. Gelukkig volgden nog twee comebackverhalen, die verschenen in 2000 en 2003. Ook die verhalen zijn nu gebundeld in deze derde en laatste integrale.

We steken van wal met Willem de Zwijger waarin de prins van Oranje in een existentiële crisis zit. Hij vlucht mentaal weg van zijn financiële-, verlovings- en oorlogsproblemen, verkleedt zich als een mythisch herdertje en wil enkel nog panfluit spelen aan het meertje bij zijn kasteel. De regering is in paniek. Men roept er vlug Gilles, professor Drebbel en psycholoog-filosoof Desiderius — een cameo van Erasmus — bij. In de eerste verhaalopzet gingen ze twee jaar varen naar Japan waar Willem daar van een wijze monnik enkel een kort "Stel je niet aan" te horen zou krijgen. Na veel vijven en zessen gooiden de auteurs de Japanse piste overboord en pakten het helemaal anders aan. Het definitieve resultaat is een beresterk album geworden dat het beste van de klassieke humorstrip (De Genezing van de Daltons, Asterix) combineert met Album 26-vondsten en een strakke structuur. Een absolute topper, met een Hanco Kolk barstend van grafisch zelfvertrouwen.

Vier jaar later, na twee Meccano's, is er een eerste comeback. Nu zeilt de vloot van Willem naar een zoveelste nederlaag. Er is dringend hulp nodig. Gelukkig is er de gekke professor Cornelius Drebbel die zopas naast het scheetkussen ook een teletijdmachine heeft uitgevonden. Hiermee reizen Gilles, Leo en admiraal Lumeij naar de toekomst om er de plannen te stelen van het beste galjoen dat dan de zeeën zou beheersen. Strak plan. Ze worden geflitst naar 1637 en botsen er op Michiel de Ruyter, de vermaarde admiraal van het indrukwekkende oorlogsschip de Zeven Provinciën. Ze zijn er bijna, maar één ding begrijpen ze niet. Admiraal Lumeij, de opportunistische slungel, wordt er blijkbaar vereerd als een grote held die de grootste zeeslag van de Tachtigjarige Oorlog eigenhandig won. Zal hun missie dan toch succesvol zijn? Twintig jaar geleden was deze onverhulde ode aan professor Barabas voor ons de eerste kennismaking met de geus. Een nieuwe wereld ging voor ons open. Vandaag blijkt dit het best getekende Gilles-album te zijn, dat net iets te stijf staat van anachronismen.

In 90-60-90 keren Gilles en co voor een allerlaatste keer terug. De hoofdrol is echter weggelegd voor de ravissante Spaanse spionne 90-60-90 (jaja, dat zijn haar taillematen) die Cornelius Drebbel heeft ontvoerd naar het hof van Alva. Hoe oogverblindend deze femme fatale ook mag zijn — haar looks leent ze van Sherilyn Fenn en Stella uit Hanco's andere reeks S1ngle — het verhaal heeft te weinig om het lijf om echt te beklijven. Maar who cares, de pure lolbroekerij, de vette knipogen én het vrolijk absurdisme halen ons alweer over de streep. Ook het verleidingsgevecht tussen Gilles en 90-60-90, dat gebaseerd is op de iconische boksscènes, uit Rocky IV is een lust voor het oog.

Drie integrales met meer dan 70% tijdloze topalbums, opgesmukt met doorwrochte dossiers. Kwalitatiever én grappiger kan je vandaag echt niet meer vinden. Dit is een musthave.