Geschreven door : David Steenhuyse - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

De durvers

De durvers

Stoere bundeling

Als kennismaking voor een hopelijk nieuw aan te boren publiek bundelde Dupuis de eerste delen van de reeksen Alleen, Mooie navels en De Campbells onder de subtitel "drie stoere avonturen in een handig verzamelalbum". Dat is 168 pagina's leesplezier voor amper 8,50 euro. Hieronder verzamelen we een geactualiseerde versie van oudere besprekingen van elk van deze albums.

Het was zo'n drukkende avond. Een avond waar de stadsvogels hun liedjes opborgen in afwachting van de komende storm. Het was een doorsnee avond voor vijf kinderen, die elk hun eigen sores hadden. De volgende morgen was alles anders. Alleen zij waren de enige bewoners van het slaapstadje. Ouders, broers en zussen waren allemaal spoorloos verdwenen. Allemaal. Televisie, radio en internet zijn morsdood. Alleen de fontein en de straatverlichting doen het nog, als akelige iconen in een bovenmaatse spookstad. Wat is er gebeurd? Waarom? En vooral hoe moet je overleven?

Voor de weinigen die dit Angoulême-prijsbeest nog niet gelezen hebben, Alleen is geen Wolkeloze toekomst, Hard tegen hard of Soda. Daarvoor mist het album grauwheid, gelaagdheid en een volwassen plot. En zelfs een blinde kan zien dat deze strip meer dan schatplichtig is aan een Lord of the Flies, The Goonies, Jumanji, Lost,... met vijf té complementaire jongeren, geselecteerd volgens de meest doorzichtige Hollywoodcastingvereisten. Toch is dit de spannendste jeugdstrip die we in jaren hebben gelezen. Het is de ontbrekende schakel tussen Orphanimo!!, Jommekes Kinderen baas en Thorgals Alinoë, om even in dezelfde ultieme "Hoera geen vervelende ouders meer"-sfeer te blijven. Voor dit scenario kan je haast geen betere tekenaar dromen dan Bruno Gazzotti. De bladspiegels schitteren, de ogen worden opengesperd precies op het eind van de pagina, decors verdwijnen om de actie te ondersteunen en duiken daarna weer overvloedig op om de nietigheid van de vijf kinderen te benadrukken. Vakwerk waarvoor we bewonderd tussen onze tanden fluiten.

Alleen is het langverwachte alternatief voor negen- tot twaalfjarigen voor de Cauvin-diarree, een brave Kiekeboe en een terminale Rik Ringers. Eindelijk, het werd tijd. Deel 9 verschijnt nog dit jaar. Als het van de auteurs afhangt, loopt de reeks nog zeker tot deel 22 of 23.

Delaf (Marc Delafontaine) en Dubuc (Maryse Dubuc) zijn twee Canadezen die met de gagstrip Mooie navels al in 2004 debuteerden. Ze publiceerden de pagina's over de drie pubermeisjes Karin, Jenny en Vicky toen in tijdschriften in Québec, vooraleer de grote plas over te steken naar het Waalse Spirou. Mooie navels is echt een strip van deze tijd met echte meisjes van nu als hoofdpersonages, wat op zich al een origineel uitgangspunt is. Jenny en Vicky zijn twee mooie, maar hoogst irritante meisjes die zichzelf maar al te bewust zijn van hun invloed op het mannelijk geslacht. Karin is dan weer de girl next door die los van elk imago steeds zichzelf blijft. Ze wordt regelmatig door haar vriendinnen gebruikt voor hun puberale complotten.

Een van de grote troeven van deze nieuwe reeks is de grote aandacht voor het verhaal. Doorheen de gags brengen de auteurs voldoende rode draden aan waardoor dit eerste album de indruk geeft één lang verhaal te zijn. In verschillende gags wordt ook teruggegrepen naar wat er eerder gebeurde, wat in albumvorm een extra kwaliteit is. Tekenaar Delaf heeft zeker goed gekeken naar Zep (Titeuf) en diens ondertussen afgevoerde stripmaandblad Tchô!, maar toch slaagt hij er in om voor Mooie navels een eigen grafiek te ontwikkelen. Net als Zep geeft hij zijn figuren een elastieken fysiek mee die handig van pas komt wanneer de humor daarom vraagt. Het komische effect komt voor een groot deel voort uit de tegenstelling tussen de immer vriendelijke en naïeve Karin en de doortrapte feeksjes Jenny en Vicky. Naar het einde van het album krijgen deze eindelijk ook een wat vriendelijker gezicht, maar voordien slagen ze er enkel in te irriteren. We vroegen ons dan ook af waarom Karin die twee niet veel eerder dumpte. Gelukkig werkt Dubuc de relatie tussen beide gaandeweg wat genuanceerder uit, wat veel goeds belooft voor de volgende delen.

Al bij al kende Mooie navels met dit eerste deel en gekoppeld aan een indertijd gesmaakte voorpublicatie in Joepie, een veelbelovende start. Ook in de verkoop liet het zich snel gelden: het album was net uit en was al bijna uitverkocht. Deel 7 verschijnt tegelijk met deze bundeling.

Maak kennis met piraat Campbell. Na de moord op zijn vrouw staat hij alleen in voor de opvoeding van zijn twee dochters. Zijn grootste vijand is Inferno, een doortrapte piraat die nooit werd gestraft voor de moord op Campbells vrouw. Inferno heeft liever ook closure, maar dan op een ineens drastische manier door te proberen de Campbells voorgoed uit te schakelen. Als je al opkijkt van dit verhaalgegeven, hoed je dan voor nog straffer materiaal want daar zal je serieus van opkijken.

Deze komisch-avontuurlijke reeks heeft twee sterke troeven: het nog steeds niet aan populariteit inboetende piratengenre en het zwierige talent van Jose Luis Munuera. Sinds Het teken van de maan, Fraternity en Betoveringen heeft de Spanjaard veel krediet opgebouwd. Met De Campbells waagt hij zich weer aan een zelfgeschreven stripserie voor een groter publiek. De opeenvolgende kortverhalen publiceert hij in het weekblad Spirou als afwisseling voor Betoveringen waar hij naarstig aan verder tekent. Het ene doet beslist niet onder voor het andere want De Campbells heeft heel wat hitpotentieel.

De Campbells is Munuera's eerste reeks die hij volledig zelf schrijft. Had-ie veel eerder moeten doen. Op een voor jongeren aangepaste, moderne vertelwijze gaat hij net heel erg klassieke verhalen achterna naar het voorbeeld van naar eigen zeggen Hoempa-Pa, Johan en Pirrewiet en de Robbedoes en Kwabbernoot-verhalen uit de jaren 1960-1970, maar ook naar stamvaders als Jean-Michel Charlier met een Errol Flynn-achtige held in de hoofdrol. De dosering van humor, gevoelens en drama is buitengewoon goed geslaagd. De souplesse waarmee hij te werk gaat, manifesteert zich zowel in de vertelling als de vormgeving van het verhaal. De ene originele vondst volgt op de andere terwijl hij trouw blijft aan voorgeschreven tradities die hij slim aanpakt. Elk nevenpersonage is een geschenk, van de klunzige rivaal Carapepino tot de vier Dalton-achtige gangsters. En dan die dialogen, jong! Die swingen als een tiet waar een ijsblokje aan te pas kwam om het nog wat puntiger te maken. Een zeer goeie vertaling dus, tegenwoordig geen sinecure.