Geschreven door : Wouter Porteman - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

De complete Maarten Milaan - 1: Vliegtuigtaxi

De complete Maarten Milaan - 1: Vliegtuigtaxi

De halve trage

We houden van Maarten Milaan. Toch hebben we getwijfeld of we deze integrale reeks gingen volgen. Ja, echt waar. Niet omdat we de losse albums niet wilden vervangen — de meesten hebben we gescoord op rommelmarkten en dragen zichtbare sporen van een hard leven in een bananendoos —, maar wel omdat we ons afvroegen of de verhalen van deze antiheld niet te gedateerd zouden zijn. De eerste verhaaltjes zijn nu toch al zo'n vijftig jaar jong. Ook de tekenstijl is wel heel jaren 1970. Fel ingekleurde decors in egaal groen, geel of rood zoals enkel de inkleurder van Lucky Luke daarmee weg kon raken. En dat overdreven karikaturale smoelwerk van elke slechterik? Is dat er niet ver over? Aan de andere kant herinneren we de brokkenpiloot als een wat ondoorgrondelijke eenzaat die enkel de leefwereld van kinderen goed begrijpt. En dat leverde prachtalbums op boordevol emotie die we al te lang niet herlezen hebben. We wagen het er toch op.

Het begint schitterend met een uitgebreid dossier, opgemaakt in een lekker retrostijltje. Zo hoort het. De eerste kortverhaaltjes, waarvan sommigen speciaal voor de Nederlandstalige integrale volledig zijn ingekleurd, zijn wat aftasten. We voelen hoe Christian Godard zijn held op de kaart wil zetten. De Parijzenaar wil vooral de naam van zijn held alle eer aan doen. Het wat chiquer klinkende Maarten (Martin in het Frans) heeft hij immers gecombineerd met het wat vreemde Milaan. Milaan verwijst niet naar de Italiaanse stad, maar eerder naar een wouw (de Franse naam van deze solitaire roofvogel is Milan) of nog meer naar Maartens karakter. De piloot cultiveert een soort nonchalante traagheid, maar toch kan hij plots heel hard uit de hoek komen. Milan, Mi-lent dus. Een halve trage. Maar door zich te focussen op Maarten, zijn gammel vliegtuigje en wat kolder vergeet Godard wel goede verhalen te vertellen. Nostalgisch beginnerswerk.

We zeitten ons een eerste keer recht met het volwaardige De Betastraal waar de pijprokende roodharige zijn eigen koude oorlog beleeft. Door de mix van avontuur, humor en plot kon dit een Robbedoes van André Franquin geweest zijn. Het straffere De Zwervers van de Jungle gaat lustig voort op dit elan. Stilaan koos de zoon van een clown — de hobby van zijn hardvochtige vader — het pad van de gratuïte humor en ging hij voor de bittere ernst met een glimlach. De echte kracht van Maarten Milaan komt steeds dichterbij.

De eerste integraal eindigt met het kortverhaaltje Rozalientje uit mijn Kinderjaren. Ogenschijnlijk is dit een onschuldig verhaaltje over een leeuwin die "kinds" gehouden wordt door een jongetje en die door Maarten moet uitgezet worden in een reservaat. Een Peter Pan-parabel die je op zoveel niveaus kan lezen. Dit is de echte Maarten. Dit is de reden waarom we zo hielden van de reeks en vandaag nog steeds zoveel van houden. Dit blijft meer dan overeind.

Door De Zwervers en Rozalientje merken we dat Maarten een zonderling is in zijn eigen avonturen. Hij bekijkt alles vanop een afstand, en handelt nauwelijks. Wat hij in zijn binnenste denkt of voelt, moet je er met een kurkentrekker uithalen. Ja, hij heeft een mening. Hij denkt na over het leven en de dingen des levens, en heeft een ijzeren moraal. Zo kan de vliegende hippieboy niet tegen onrecht of gezag maar hij weet het vaak lang te verbergen. Maarten Milaan laat immers zelden het achterste van zijn tong zien. Enkel als zijn vat vol is, neemt hij een beslissing of deelt botweg een klap uit.

Maarten is een enigma voor iedereen in zijn omgeving. Twee dingen zijn wel kristalhelder. Ten eerste is Maarten Milaan een zwerver. Met zijn oude vliegtuigje, de Oude Pelikaan, blijft hij nooit ergens lang. Zonder enige verklaring kan een nieuw verhaal ergens in Midden-Europa (De Betastraal), Afrika (Rozalientje) of in Zuid-Amerika (De Zwervers van de Jungle) beginnen. Maar steeds is het een plaats waar de beschaving niet of nauwelijks is doorgedrongen. Een tweede vaststelling is dat Maarten Milaan een van de enige striphelden is die geen sidekick nodig heeft. Maarten heeft geen Haddock, Enak of Barney Jordan die hem kleur geven. Zo vermeed Godard dat hij in herhaling viel en zijn tijd moest verspillen aan running gags die de nevenpersonages kleurden. "Een mentale gevangenis", noemde Godard dit ooit. Maar we wijken af. De slotalinea roept ons.

De eerste bundeling is een geweldige meevaller. Topdossier, de strips deels heringekleurd en alles opnieuw vertaald en geletterd. We zitten nu al klaar voor de topverhalen die er nog aankomen. De hele reeks zal bestaan uit vier integrales van tweehonderd pagina's, inclusief de nooit vertaalde doorstartalbums Le Cocon du Désert (1993) en La Goule et le Biologiste (1997). Dit is een integrale reeks die deze stempel waard is.