Geschreven door : Gert Meesters - Categorieën : In de pers

Daniel Clowes: ‘Beam me up, Scotty? Ik kreeg nachtmerries van Star Trek'.

Daniel Clowes: ‘Beam me up, Scotty? Ik kreeg nachtmerries van Star Trek'.

Sinds Ghost World is hij een begrip in de strip- en filmwereld – en zopas heeft Woody Harrelson nog een film ingeblikt naar zijn scenario – maar zelden hebben we Daniel Clowes zo enthousiast gehoord als over zijn tijdreisverhaal Patience, een dikke doordenker van een strip waar hij maar liefst vijf jaar aan gewerkt heeft. ‘Als een dwangarbeider. Maar ik heb niet één keer het gevoel gehad dat ik iets anders wilde doen.’

‘Wacht even, de koerier is daar.’ Midden in ons telefoongesprek wordt Daniel Clowes (54) in zijn studio in Oakland, Californië onderbroken door een man van Fed Ex met een belangrijk pakje. ‘Het is het allereerste gedrukte exemplaar van Patience dat ik in handen krijg. Dat is toch altijd een speciaal moment. Ik heb ooit een hele doos van mijn stripreeks Eightball door het raam gekeild omdat ik niet tevreden was over het drukwerk. Om me dan even later te realiseren dat ik geen nieuwe exemplaren zou krijgen. ’s Avonds ben ik ze dan maar stilletjes bij elkaar gaan rapen in het struikgewas’, grinnikt hij. Enkele seconden blijft het stil aan de andere kant, tot de bevrijdende woorden weerklinken: ‘Ik kan de Nederlandstalige lezers officieel bevestigen dat Patience er fantastisch uitziet!’

Clowes is duidelijk in zijn nopjes met zijn nieuwe boek Patience, met 180 bladzijden het langste verhaal in zijn carrière. De man die de striproman extra geloofwaardigheid bezorgde met het tienerdrama Ghost World (verfilmd met de piepjonge Scarlett Johansson in een hoofdrol) behoort al twintig jaar tot het selecte kransje internationale topauteurs. Elke nieuwe strip van hem wordt met tromgeroffel aangekondigd. Een van zijn vorige, Wilson (2010), over een meelijwekkende man van middelbare leeftijd, is net verfilmd met Woody Harrelson in de titelrol (en wordt later dit jaar in de bioscoop verwacht). Net zoals bij Ghost World schreef Clowes zelf ook het filmscenario.

Aan Patience heeft Clowes maar liefst vijf jaar gewerkt. ‘Het was alsof ik in de gevangenis zat als dwangarbeider, compleet met houweel.’ Maar blijkbaar was het wel zijn favoriete soort dwangarbeid, want Clowes klonk nooit eerder zo uitgelaten: ‘Het is moeilijk om een verhaal te verzinnen dat je vijf jaar lang leuk blijft vinden. Meestal doe ik er twee jaar over en als het dan af is, ben ik er ook helemaal klaar mee. Bij Patience heb ik niet één keer het gevoel gehad dat ik iets anders wilde doen. ’s Morgens kon ik niet wachten om eraan te beginnen. Zelfs nu nog heb ik moeite om het verhaal los te laten.’
Toch is het niet direct duidelijk waarom Patience zo anders zou zijn dan zijn andere boeken. Het verhaal begint met een plastisch in beeld gebrachte zaadlozing uit 2012. Het jonge, verliefde paar Jack en Patience raakt zwanger. Het zijn typische Clowes-figuren, die hun plek in het leven nog zoeken en enkele gênante geheimen voor elkaar hebben. Het verhaal neemt een dramatische wending wanneer Patience schijnbaar zonder aanleiding vermoord wordt. Jacks leven lijkt om zeep, tot hij zeventien jaar later toevallig ontdekt hoe je door de tijd kunt reizen. Uiteraard probeert hij om zo de dood van Patience te verhinderen.

Dit tijdreisverhaal met futuristische apparaten lijkt misschien lichter dan veel ander werk van Clowes, maar zeg dat vooral niet tegen hem. ‘Dit boek is minstens even persoonlijk en diepzinnig als mijn ander werk. Het is geen parodie, de bedoeling is ook niet om sciencefiction belachelijk te maken. Ik wilde juist iets maken dat je gewoon als een goed verhaal kunt lezen, maar dat tegelijk een veel diepere weerklank heeft. Ook voor mij zit er nog altijd een mysterie in. Ondanks de absurditeit zegt het verhaal iets over de wereld waarin we leven.’
De titel Patience verwijst naar de naam van het vrouwelijke personage, maar Jack moet ook decennia geduld opbrengen om een scheve situatie recht te trekken.

DANIEL CLOWES: En daarnaast was het ook nog een boodschap voor mezelf. (lacht) Ik had die titel al heel vroeg. Ik wist dat mijn personage zo zou heten en onmiddellijk vond ik het een veelbelovende titel voor een boek over tijdreizen. Ik maakte dus een bordje met ‘Patience’ erop en zette dat recht voor mijn tekentafel. Ik heb er jarenlang naar zitten te kijken. Het bordje werd zo meer dan een titel.

Bijna hypnose.
CLOWES:
Daar leek het wel op. Meestal bedenk ik ergens onderweg een nieuwe titel die beter is dan de eerste poging. Maar in dit geval was een andere titel onmogelijk.

Bestaan er eigenlijk nog vrouwen met de naam Patience?
CLOWES:
Die naam is heel ouderwets. Er zijn waarschijnlijk maar een dozijn vrouwen die Patience heten in de hele Verenigde Staten. In een boek van Charles Dickens kom je de naam misschien nog tegen. (lacht)

Waarom was net dit zo’n fijn boek om aan te werken?
CLOWES:
Ik heb het voor mezelf leuk gemaakt door extra zorg te besteden aan mijn tekeningen. Ik zag bijvoorbeeld in mijn oude strips dat de linker- en de rechterbladzijde niet altijd mooi bij elkaar pasten. Dus heb ik dit hele boek per twee pagina’s getekend, op één groot tekenblad. Elke linker- en rechterpagina horen bij elkaar en ik heb ze ook zo behandeld. Daardoor wordt het hele boek samenhangender.
Patience moest een boek worden waar je door kunt bladeren zonder het te lezen en toch kunt vermoeden waar het boek over gaat. Meestal ben ik vooral met de personages bezig, deze keer had ik vooral beelden in mijn hoofd waar ik naartoe wilde werken.

Ik moest lachen om jouw toekomstige technologie. Die apparaten zien er zo eenvoudig uit dat ze wel van de toekomst móéten zijn, want de meeste machines van nu zien er helemaal niet zo simpel uit.
CLOWES:
Dat is ironisch, want volgens mij zal alles in de toekomst alsmaar ingewikkelder en chaotischer worden. Daar staat tegenover dat de inrichting van huizen steeds strakker wordt. Als een twintigjarige striptekenaar een foto van zijn werkruimte online zet, zie je een witte kamer met een computer en een kleine tekentafel, misschien nog enkele dingen aan de muur en dat is het dan. Mijn eigen studio zit daarentegen tjokvol boeken en tekenmateriaal. Zo’n anders ingerichte ruimte maakt een groot verschil. Pas op, ik kan wel begrijpen waarom jongeren zo’n strakke inrichting willen. Als je overrompeld wordt door de verwarrende wereld waarin we leven, is het logisch dat je het thuis zo eenvoudig mogelijk wilt houden.

Patience roept veel vragen op: zou je in het verleden andere keuzes hebben gemaakt als je wist wat je nu weet; hoe ver kun je gaan om je geliefden te beschermen; ligt je levensloop vast op basis van je karakter; hoe weinig weten koppels eigenlijk over elkaars verleden? En dat is nog maar de top van de ijsberg.
CLOWES:
Ik wilde met dit boek uitzoeken wat ik over die thema’s denk.

Dus je vindt een interessant thema en dan ga je uitzoeken wat je daarvan vindt door een verhaal te vertellen?
CLOWES:
Min of meer. (lacht) Ik verzin een kader voor een verhaal dat me de ruimte geeft om over bepaalde kwesties na te denken. Al de onderwerpen die je noemt, zitten bijna permanent in mijn hoofd. Voornamelijk omdat ik nu vader ben en een zoon heb. Een gezin verandert je visie op de dingen radicaal. Ik vroeg me vroeger af of ik in een situatie op leven en dood mijn leven zou kunnen geven voor iemand anders. Ik was daar niet zeker van. Nu wéét ik dat ik voor mijn zoon direct voor een bus zou springen als dat nodig is. Dat is een heel sterk instinct. Zodra je die verandering bij jezelf merkt, kijk je niet alleen anders naar jezelf, maar ook naar de hele mensheid.

Niet voor het eerst voer je een personage op dat het recht in eigen hand wil nemen.
CLOWES:
Voor mij was dat erg aantrekkelijk in het verhaal. Een eenzame man neemt het op tegen de hele wereld, ook al heeft hij geen speciale krachten of talenten. Hij is ook niet bijzonder slim. In veel opzichten is hij doorsnee.

Tijdens ons vorige interview, voordat je aan Patience begon, bracht je zelf het onderwerp tijdreizen ter sprake. Je zei dat je waarschijnlijk geen stripauteur meer zou worden als je terug kon gaan in de tijd.
CLOWES:
Patience was zo’n plezier om te maken dat ik blij ben dat ik nooit terug in de tijd heb kunnen gaan om van beroep te veranderen. (lacht)

Heb je de laatste jaren veel over je eigen verleden nagedacht?
CLOWES:
Op het moment van ons vorige interview was ik een boek over mijn hele carrière en een overzichtstentoonstelling voor een museum aan het samenstellen. Ik ben toen ongeveer een jaar bezig geweest met mijn oude werk opnieuw te bekijken om dingen te selecteren. Ik voelde me tijdens dat hele proces alsof ik zat te kijken naar andermans werk. (lacht) Ik zag wel een versie van Daniel Clowes, maar ik herkende mezelf niet. Daardoor begon ik te bedenken welke varianten van mij allemaal hadden kunnen ontstaan. Stel bijvoorbeeld dat je als twintigjarige een levenslange gevangenisstraf krijgt. Hoe zou je dan als zestigjarige denken over die jongeman die je in de problemen heeft gebracht? Je zou boos zijn op een versie van jezelf die al lang niet meer bestaat. Dat was mijn eerste aanleiding om iets te maken over een man die radicaal verandert.

Tijdreizen zijn notoir moeilijk voor een verhalenverteller. Heb je daar veel last van gehad?
CLOWES:
Ik heb geprobeerd mijn eigen regels te volgen. Dat is ongeveer de enige verplichting die je als auteur hebt. Heel vroeg in het verhaal wordt al duidelijk dat mijn sciencefiction niet bepaald over het science-gedeelte gaat. Toch heb ik heel hard gewerkt om het verhaal te laten kloppen.

Juist omdat je daar zo goed in geslaagd bent, lijken de gebeurtenissen vooraf vast te liggen. Vrije wil bestaat niet meer, alles moet gebeuren zoals het moet gebeuren.
CLOWES:
(lacht) Dat zou wel eens waar kunnen zijn. Toch is het wel het karakter van Jack dat alle gebeurtenissen veroorzaakt.

Tijdreizen is bij jou geen pretje. Jack ziet er verminkt en uiteengereten uit tijdens het proces. Het is niet gewoon ‘beam me up, Scottie’.
CLOWES:
Zeker niet. Als kind kreeg ik regelrechte nachtmerries van dat teleportatiesysteem uit Star Trek. Mijn broer had eens gezegd dat hun moleculen uit elkaar gehaald werden en daarna opnieuw samengebracht. Dat joeg me de stuipen op het lijf. (lacht)