Geschreven door : Wouter Porteman - Categorieën : Reviews De Stripspeciaalzaak

Caravaggio - 2: Gratie

Caravaggio - 2: Gratie

Niet voor een lamp te vangen

Michelangelo Merisi da Caravaggio was een heftig baasje. Prikkelbaar, fel, hedonisch en driftig. Hij was zo'n kereltje die sneller zijn degen trekt dan zijn schaduw. Elk verstandig mens loopt met een boogje rond het heerschap heen, maar hij had iets, de X-factor, charisma. Hij was de lamp waar een bont gezelschap onverbiddelijk toe aangetrokken was. Schooiers, opportunisten, maar ook gravinnen en kardinalen, fladderden rond hem. Bijna iedereen die te dicht bij hem kwam, viel daarna in zijn of haar ongeluk, maar zijn uitverkorenen schonken hem alle inspiratie die hij nodig had. Verraad, vriendschap, liefde, intrige, vroomheid, haat en dood. Oh ja, Caravaggio had de gave om geweldig te kunnen schilderen. Bovendien koos hij er als eerste voor om zijn beelden te schilderen alsof ze verlicht werden door één sterke lichtbron. De rest liet hij ondefineerbaar duister. Decors waren niet van tel, het oneffen zwart telde. Het gaf zijn schilderijen een tot dan nooit geziene diepgang en 3D-gevoel mee. Zijn posse poseerde en straalde zo zijn goede of discutabele hoofdkaraktertrekken uit en dat merk je. Geholpen door een onconventionele opstelling en subtiele kritiek op de censuur, werd Caravaggio bij leven al snel de populairste schilder van Italië. Iedereen moest en zou een schilderij hebben of bekijken van deze pionier van de clair-obscur en barok. Maar de schilder had een kort lontje, een te kort lontje. Na de moord op een Romeinse pooier moest Caravaggio in allerijl de Italiaanse hoofdstad ontvluchten. Hij kwam terecht in Napels, vervolgens in Malta en Sicilië. Telkens liet hij enkele fenomenale kunstwerken achter (zijn impressionante Onthoofding van Johannes de Doper is een must-see als je in Valetta, Malta bent), maar telkens moest hij weer vluchten. De neerwaartse spiraal leek niet meer om te keren. Heroïek, wanhoop, roem en talent gaan niet samen.

De vierenzeventigjarige Milo Manara besloot het dramatische leven van Caravaggio te verstrippen. Wie een pleiade aan mooie kontjes verwacht die je lijf en leden doet kirren van plezier, zal helaas uit een ander honingpotje moeten tappen. Manara focuste zich echt op de schilder, zijn werk en het hele creatieve proces. Maar hoe geweldig de Italiaan ook op dreef is — welke zeventigjarige striptekenaar haalt nog zo'n niveau !? — toch vergeet hij ons verbluft achter te laten. Manara stelt zijn talent consequent ten dienste van de kunst van Caravaggio. Elk barok schilderij laat hij schitteren door er als een leraar esthetica de juiste zaken in te benadrukken. Dat levert een prachtige staalkaart en autobiografie op van de voorganger van Johannes Vermeer, Frans Hals en Rembrandt. Tegelijk doet dat springen van schilderij naar schilderij de spanningsboog van het verhaal geen deugd. In het slotdeel van dit tweeluik is dit evenwicht beter. Bij het dichtklappen zijn we oprecht gelukkig dat we én het werk van Caravaggio intenser hebben leren kennen én dat we ontdekt hebben dat Manara zijn gekende vleselijke afleidingen niet nodig heeft om te bewijzen wat een klasbak hij is. Het resultaat is een atypische Manara die prominent op je salontafel mag liggen.