Geschreven door : Gert Meesters - Categorieën : Reviews Focus Knack

Asterix - 36: De papyrus van Caesar

Asterix - 36: De papyrus van Caesar

TOVERDRANK VOOR EEN ZOMBIE

In De papyrus van Caesar bevestigen Ferri en Conrad met een Romeinse versie van Wikileaks dat ze betere Asterix-albums maken dan Uderzo zelf.

Na Het geheime wapen, het laatste –en verschrikkelijk slechte – album van oorspronkelijk tekenaar Albert Uderzo, leek de Asterix-reeks definitief dood en begraven. Uiteindelijk begreep Uderzo dat hij de in 1977 gestorven scenarist René Goscinny nooit zou kunnen vervangen. Opvolgers Jean-Yves Ferri en Didier Conrad bewezen met Asterix en de Picten meteen al dat ze een acceptabele Asterix in de vingers hadden. Met hun tweede album De papyrus van Caesar doen ze daar nog een schep bovenop.

Het basisidee is Goscinny waard: Julius Caesar heeft zijn boek over de Gallische oorlog afgerond, maar laat op aanraden van zijn adviseur het gênante hoofdstuk over de onoverwinnelijke Galliërs weg. Die tekst komt in handen van journalist Polemix, gebaseerd op Wikileaks-woordvoerder Julian Assange (die zijn leven helemaal als geslaagd kan beschouwen nu hij het tot Asterix-personage heeft geschopt). Op zoek naar een scoop vindt Polemix onderdak in het dorp van Asterix, toch een leuker schuiloord dan de Ecuadoriaanse ambassade in Londen. Scenarist Ferri borduurt met dit verhaal voort op een van de klassieke kwaliteiten van Asterix: het anachronistische commentaar op onze tijd.

Behalve Wikileaks passeert ook de communicatiemaatschappij in het algemeen de revue, met postduiven in plaats van e-mails en Twittervogeltjes. Het is niet alleen goed bedacht, maar vaak ook erg grappig gebracht. Jammer genoeg baseert Ferri zijn humor heel vaak op woordspelingen, wat leidt tot enkele onhandige Nederlandse vertalingen.

Heeft de serie nu opnieuw de glans die ze vroeger had? De papyrus van Caesar zou ook grappig zijn indien we voordien nog nooit van Asterix hadden gehoord. Dat geldt voor weinig andere albums sinds Goscinny’s dood. Toch blijft de voortzetting van de serie op zich kunstmatig. Asterix is opnieuw tot leven gewekt met een toverdrank waarvan Jean-Yves Ferri blijkbaar het recept kent. De zombie ziet er, met zijn nieuwe oogballen en oorschelpen, zelfs al wat frisser uit, maar het blijft een stinkend lijk.