Auteur

MiTacq

Michel Tacq, alias Mitacq, geboren te Ukkel op 10 juni 1927, brengt zijn jeugd door tussen Farciennes, waar zijn vader een gieterij is begonnen, en Brussel, waar hij schoolgaat op het Institut Sainte-Marie in Schaerbeek. Vanaf zijn tiende begint hij te tekenen en verhalen te schrijven in zijn schoolschriften. Na een verblijf in Frankrijk in de eerste oorlogsjaren, keert hij in 1942 terug naar Farciennes en vervolgt zijn opleiding aan de Aumôniers du Travail de Charleroi. Na de Bevrijding bezoekt hij zes maanden lang het Brusselse Saint-Luc, maar ziet zich al snel gedwongen met zijn vader en twee broers als behangers en schilders te gaan werken om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien.

In het jeugdhuis van Farciennes tekent en exposeert Michel, als MiTak, elke week een plaat met zijn eigen "Kuifje": de jonge "Tam Tam". José Henin, een van de jeugdleiders, drukt op zijn persen de twee eerste avonturen van dit nog kinderlijke personage: "Les Voyages de Tam Tam" en "Tam Tam fait la guerre". Het derde album ("Bataille d'Afrique") komt er niet, maar de leerling-tekenaar ontdekt in 1946 een andere drukker: "De Beiaard" Haegeman-Cousy, in Zottegem - waardoor hij de held opnieuw kan lanceren, in een sf-avontuur ("Allô... étoile du matin?...") in 1946. Op zoek naar werk in die zwarte jaren weet MiTacq nu en dan een illustratie geplaatst te krijgen in RobbedoesL'Hebdomadaire des Grands Récits, de padvindersbladen Plein-Jeu en Carrefour, tot het moment waarop hij de deur van de World Press van Georges Troisfontaines opendoet, in 1951.

Tot in 1954 zal hij een twintigtal Oom-Wimverhalen tekenen (aanvankelijk als Balou, zijn totemnaam in het begin, daarna kiest hij definitief voor MiTacq) en gevarieerd illustratiewerk voor La Libre Junior en de didactische platen van "Le Coin du petit curieux". Daarnaast illustreert hij een "Marabout-Junior"("Seul maître à bord", nummer drie van de jonge reeks) voor zijn collega en padvindersvriend Jean-Jacques Schellens, alvorens met deze een strip te bedenken, "De Beverpatroelje". World Productions stemt er in principe mee in, maar vertrouwt het scenario toe aan Jean- Michel Charlier, die het groepje enigszins om zal gooien en die de eerste eenentwintig avonturen schrijft voor het blad Robbedoes, van 1955 tot 1978. Daarna zet MiTacq de serie voort, alleen of met bevriende scenaristen (Wasterlain, Stoquart), tot zijn overlijden in Loverval op 22 mei 1994.

Bij de geboorte van Pilote stelt Charlier zijn compagnon voor de avonturen van een adolescent te illustreren, "Joris Jasper", die hij wil confronteren met bepaalde mysteries van die tijd (schatten van de nazi's of de Tempeliers, hindoe-avonturen, smokkelaars rond de Middellandse Zee). Deze reeks, gekenmerkt door een sterke, angstaanjagende sfeer, zal maar zes episoden beslaan tussen 1959 en 1967, worden overgenomen door Robbedoes en vervolgens bij Dupuis in album verschijnen.

Halverwege de jaren '60 krijgt de tekenaar er steeds vaker mee te maken dat zijn scenarist de deadline niet haalt omdat hij te veel werk heeft in Frankrijk. Om de resterende tijd te vullen creëert hij "Stany Derval", motorrijder en avontuurlijk globetrotter. De scenaristen André H. Beckers, Héric (alias André-Paul Duchâteau), Maurice Tillieux en Jacques Stoquart doen mee aan deze saga, die MiTacq met tussenpozen tekent tussen 1967 en 1979: bijna driehonderd platen. Als hij weer de vrijheid krijgt de Bevers in zijn eigen ritme te produceren, zonder van Charlier afhankelijk te zijn, geeft de kunstenaar met spijt zijn stripdubbelganger op om terug te keren naar zijn scouts, maar hij geeft hem zo nu en dan wel een figurantenrolletje.

Hoewel in wezen een realistisch tekenaar, aanvankelijk beïnvloed door Pierre Joubert en af en toe geholpen door zijn vriend René Follet, vindt MiTacq het bij tijd en wijle leuk humoristische verhalen te maken voor specials van Robbedoes, evenals diverse dierparodieën van zijn helden die worden herdoopt in "De Zom's", waarvoor Yvan Delporte de scenario's levert.

Het complete oeuvre van deze bescheiden kunstenaar is (enkel in Franstalige versie) gebundeld in veertien dikke delen "Tout MiTacq", bij Uitgeverij Dupuis. Als grootmoedig kruisvaarder voor de vriendschap tussen mensen van alle volken en gezindten, behoort MiTacq tot de grote klassiekers van het beeldverhaal zonder grenzen.