Auteur

Hubinon Victor

Victor Hubinon, geboren op 26 april 1924 in Angleur, zit tijdens de Bezetting op de kunstacademie, waarna hij corrector-retoucheur wordt bij het dagblad La Wallonie en vervolgens illustrator bij concurrent La Meuse.

Daar wordt hij in 1946 losgeweekt door Georges Troisfontaines, een journalist en zakenman die kind aan huis is bij Uitgeverij Dupuis en ervan droomt een "Amerikaans" persagentschap op te richten, het toekomstige World Press. Hij beschikt al over de talentvolle illustrator Jean-Michel Charlier en zijn twee pupillen zullen een onverwoestbaar team vormen.

Na verscheidene pogingen in Le Moustique maakt Hubinon samen met Charlier een authentiek kort verhaal ("L'Agonie du Bismarck", 1946), terwijl Troisfontaines het begin van de avonturen van "Buck Danny" voor hem schrijft. Na een vijftiental platen neemt ook Charlier deel aan het avontuur en neemt vervolgens het hele scenario van dit epos op zich, evenals (een paar jaar lang) de technische tekeningen van vliegtuigen en boten, een terrein waarop Hubinon zich nog niet echt thuis voelt. De Amerikaanse piloot met het gezicht en het postuur van Troisfontaines zal hun absolute bestseller worden: Dupuis heeft er in de loop van vijftig jaar tegen de twintig miljoen albums van verkocht. 

Hubinon waagt zich van tijd tot tijd aan de humoristische tekening, met de gags van "Rik Junior", een aflevering van de "Nieuwe avonturen van Blondie en Blinkie" naar de personages van Jijé uit 1947, de streken van "Fifi" in La Libre Junior, de heldendaden van "Pistolin" in het gelijknamige blad in 1955 en "Pathos de Sétungac", geïllustreerd door Paape in Record (1963), waarbij hij zich tot het scenario beperkt.

Maar op het realistische terrein zal hij zich doen gelden als de meester van de luchtvaartstrip. Vanaf begin jaren vijftig doet hij al het tekenwerk van "Buck Danny" en maakt hij met zijn compagnon en scenarist Charlier enkele indrukwekkende authentieke verhalen: "Tarawa, de bloedige atol" (1948), "Surcouf" (1949), "Stanley" (1953, maar dit keer naar een scenario van Octave Joly) en "Mermoz" (1955). Hij is een van de oprichters van Pilote (1959), waarin hij de saga "Roodbaard", geschreven door Charlier, zal illustreren.

Ter ontspanning schildert hij surrealistische schilderijen, mijlenver verwijderd van de beperkingen van het stripverhaal, en geeft zich over aan ware kleurenexplosies. In 1978 komt hij in Robbedoes met zijn eerste eigen personage, "Meeuwtje", een vrouwelijke piraat. Op 8 januari 1979, op het punt aan de tweede episode van haar avonturen te beginnen, wordt hij door de dood overvallen.